Praktijkteam palliatieve zorg
Thema

Praktijkteam palliatieve zorg

Ervaar je knelpunten in de organisatie en/of financiering van palliatieve zorg?
Neem dan contact op met het Praktijkteam door een melding te doen.

Melding doen

Of neem telefonisch contact op via: 030 - 789 78 78

Meldingen komen binnen bij het Meldpunt Juiste Loket en worden waar nodig naar het Praktijkteam doorgezet.

Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 19 december 2025

Zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en ook patiënten en naasten kunnen bij het Praktijkteam palliatieve zorg aankloppen met vragen en/of knelpunten op het gebied van organisatie en financiering van palliatieve zorg.

Het Praktijkteam is in 2016 opgericht en bestaat uit een vertegenwoordiging van zorgverleners en stakeholders in de palliatieve zorg. We gaan met alle meldingen aan de slag. We beantwoorden vragen en bespreken knelpunten in een multidisciplinaire overleg dat ieder kwartaal plaatsvindt. 

Successen


Zorgverleners melden bij het landelijke Praktijkteam palliatieve zorg soms moeite te hebben om bepaalde hulpmiddelen snel en eenvoudig, zonder veel tijdsinvestering en administratieve lasten bij de patiënt thuis te krijgen.

Uit gesprekken met Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en zorgverzekeraars heeft het Praktijkteam geconstateerd dat een hulpmiddel op verschillende manieren verzekerde zorg kan zijn vanuit de Zorgverzekeringswet. Een hulpmiddel kan vallen onder de te verzekeren prestatie geneeskundige zorg (artikel 2.4 Bzv), de te verzekeren prestatie huisartsenzorg of de te verzekeren prestatie hulpmiddelenzorg (artikel 2.9 Bzv).
Conclusie: een afbakening van verantwoordelijkheden rondom hulpmiddelen is nodig.

De afbakening van verantwoordelijkheden is niet altijd duidelijk of bekend. Afhankelijk van de zorg waaronder een hulpmiddel valt, zijn verschillende partijen verantwoordelijk voor het beschikbaar hebben of stellen van dat hulpmiddel. Wanneer hulpmiddelen die onder medisch specialistische zorg vallen, zoals een maaghevel of ascitesdrain, niet bij de juiste verantwoordelijke partij worden aangevraagd, kan dit ertoe leiden dat de patiënt deze niet tijdig ontvangt. Het is daarom essentieel om goed inzicht te hebben in de afbakening: wanneer wordt een hulpmiddel vanuit welke verzekerde prestatie vergoed?

Stappenplan: samen werken we toe naar een werkbare situatie
Het Praktijkteam palliatieve zorg, ZN en Zilveren Kruis hebben samengewerkt aan het verduidelijken van de afbakening van verantwoordelijkheden rondom hulpmiddelen. Dit is geen nieuwe informatie, maar het is wel een eerste stap richting een oplossing: helder krijgen hoe de routes lopen volgens de wet- en regelgeving.|We boeken direct winst als alle betrokken partijen hiervan op de hoogte zijn. Samen werken we toe naar een werkbare situatie waarin hulpmiddelen tijdig beschikbaar zijn voor de patiënt.

Hulpmiddelen: vergoeding uit 3 zorgprestaties uitgelegd 
In de Zorgverzekeringswet staat welke hulpmiddelen vergoed worden. Niet alles wordt vergoed. De patiënt moet bijvoorbeeld het hulpmiddel wel echt nodig hebben voor zijn gezondheid. Sommige hulpmiddelen zijn 'algemeen gebruikelijk' en worden daarom niet vergoed uit de basisverzekering. Mag het vergoed worden? Dan kan het op verschillende manieren verzekerd zijn. Zo kan het vallen onder de prestatie hulpmiddelenzorg, medisch-specialistische zorg (MSZ) of huisartsenzorg.

Wat wordt er vergoed vanuit welke zorgprestatie? 

Vergoeding vanuit prestatie hulpmiddelenzorg 
Wanneer komt de vergoeding van een uitwendig gedragen hulpmiddel uit de prestatie hulpmiddelenzorg? Er gelden in ieder geval 3 voorwaarden:

1. er is een objectieve medisch noodzaak voor het hulpmiddel (zorgbehoefte); en 
2. het hulpmiddel is geschikt om de beperkingen en belemmeringen van de patiënt in aanvaardbare mate te compenseren (adequaatheid); en 
3. het hulpmiddel is niet onnodig duur (doelmatigheid).

Wanneer het hulpmiddel is opgenomen in de Regeling Zorgverzekering, paragraaf Hulpmiddelenzorg, zijn daarnaast deze 4 condities belangrijk om te bepalen of de vergoeding onder de hulpmiddelenzorg valt: 

1. het gebruik ervan is permanent; én 
2. er is geen achterwachtfunctie of spoedeisende zorg vanuit het ziekenhuis nodig; en 
3. vervanging van het hulpmiddel gebeurt niet door een medisch-specialist of onder verantwoordelijkheid van een medisch-specialist; en 
4. het is een verbruikshulpmiddel dat in de thuissituatie wordt vervangen.

Check de website van het Zorginstituut Nederland voor meer informatie hierover.

Vergoeding vanuit prestatie medisch-specialistische zorg 
Een hulpmiddel valt onder medisch specialistische zorg (via DBC) als het hulpmiddel: 

1. tijdelijk is en de medisch specialist verantwoordelijk is. Voor ‘tijdelijk’ geldt geen vaste periode. 'Tijdelijk' kan enkele weken of bijvoorbeeld twee jaar zijn. De patiënt blijft onder controle van de arts.
2. en/of permanent is, maar een medisch specialist vervangt het; 
3. en/of permanent is en er is spoedeisende zorg of een achterwacht nodig. 

Deze zorg is van artsen en omvat hulpmiddelen die zij gebruiken. De kosten van het hulpmiddel zijn voor het ziekenhuis (DBC). Bekijk het stroomschema van Zorginstituut Nederland voor meer uitleg. 

Onder verantwoordelijkheid van de medisch-specialist 
Dit betekent dat niet alleen medisch-specialisten deze zorg kunnen geven. Poliklinische behandelingen en behandelingen thuis kunnen door een andere zorgverlener gegeven worden, waarbij de medisch-specialist verantwoordelijk blijft. 

Achterwachtfunctie 
Dit houdt in dat begeleiding van de behandeling door een medisch-specialist (of een andere zorgverlener onder verantwoordelijkheid van een medisch specialist) noodzakelijk is. Deze evalueert de voortgang van de behandeling en past deze aan als dat nodig is. Of stopt de behandeling als hier redenen voor zijn. 

Er is 'achterwachtfunctie of spoedeisende zorg' als: 

1. het hulpmiddel nodig is bij een ernstige aandoening 
2. het gebruik van het hulpmiddel risico's met zich meebrengt 
3. het hulpmiddel de medisch-specialist ondersteunt bij diagnose of behandeling (zoals aanpassing van dosering of medicijn).

Vergoeding vanuit prestatie huisartsenzorg 
Geneeskundige zorg thuis onder de verantwoordelijkheid van de huisarts valt onder huisartsenzorg. Dit is zorg van de huisarts of wijkverpleegkundige. Zij gebruiken materialen voor deze zorg. Dit zijn geneesmiddelen, verbanden of hulpmiddelen. In onder andere de Beleidsregel huisartsenzorg staat wat van huisartsen verwacht mag worden. 

Hulpmiddelen die de huisarts of wijkverpleegkundige bij een medische behandeling thuis gebruikt, vallen onder huisartsenzorg. Dit geldt voor geneeskundige behandelingen zonder chronische indicatie. Voorbeelden zijn maaghevel, katheter bij urineretentie en ascitesdrainage. Als er een chronische indicatie is voor een katheter, dan valt dit onder hulpmiddelenzorg. 

Samenwerkingsinitiatieven om de huisarts te faciliteren 
Om de huisarts te faciliteren in het beheren van goede voorraad zijn er meerdere initiatieven waarin o.a. medisch speciaalzaken meedenken met de huisarts. Bekijk hiervoor bijvoorbeeld de pagina ‘Samenwerkingsinitiatieven’ van Zilveren Kruis. 

Praktijkvoorbeelden 

Vergoeding van de maaghevel 
De maaghevel is een hulpmiddel voor het afvoeren van maaginhoud bij patiënten met bijvoorbeeld een maagverlamming (gastroparese) of afsluiting (ileus). Een medisch specialist plaatst de maaghevel in het ziekenhuis. Ook een huisarts of verpleegkundige kan de maaghevel plaatsen. Vanuit welke prestatie de vergoeding komt, hangt af van wie de maaghevel plaatst en waar de maaghevel geplaatst wordt. 

Maaghevel geplaatst in het ziekenhuis 
Bij plaatsing van een (tijdelijke) maaghevel in het ziekenhuis valt dit onder medisch specialistische zorg. De vergoeding maakt deel uit van de DBC-bekostiging. 

Maaghevel geplaatst bij palliatieve patiënt thuis 
Als een huisarts een (tijdelijke) maaghevel bij iemand thuis plaatst, moet hij de hulpmiddelen meenemen uit zijn eigen voorraad. De vergoeding is onderdeel van de prestatie huisartsenzorg.

Vergoeding van ascitesdrainage 
Vocht in de buikholte (ascites) komt vaak voor bij kanker, levercirrose, hartfalen, trombose van de leverader, verlaagd serumeiwit of een infectie. Behandeling vindt plaats via een eenmalige- of herhaalde punctie of een permanente ascitesdrainage. Afhankelijk van de soort punctie valt de vergoeding onder de prestaties hulpmiddelenzorg, huisartsenzorg of medisch-specialistische zorg. 

Eenmalige- of herhaalde punctie
Deze behandeling is geen chronische zorg. Voor de hulpmiddelen die bij deze punctie nodig zijn, valt de vergoeding binnen de Medische Specialistische Zorg of de huisartsenzorg. Deze behandeling is nooit hulpmiddelenzorg.

Medisch-specialistische zorg: uitgevoerd in 2e lijn door medisch specialist; behandeling en kosten benodigdheden vallen onder DBC. 

Huisartsenzorg: als de huisarts deze punctie uitvoert. De huisarts declareert de benodigdheden volgens de beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. 

Permanente ascitesdrainage
Deze punten zorgen ervoor dat de uitwendige hulpmiddelen onder de medisch specialistische zorg vallen (DBC). Dit staat ook in verschillende patiëntenbrochures: 

1. de drain wordt in het ziekenhuis geplaatst onder verantwoordelijkheid van een medisch specialist 
2. de patiënt blijft onder controle van de medisch specialist 
3. vervanging van het hulpmiddel vindt plaats door een medisch specialist of onder verantwoordelijkheid van de medisch specialist en 
4. er is achterwacht of spoedeisende zorg vanuit het ziekenhuis nodig. 

Vergoeding van de rectaalcanule/rectaal katheter 
Gebruik in het ziekenhuis: de benodigdheden hierbij vallen onder de regeling medisch specialistische zorg. Dat betekent dat de vergoeding onderdeel is van de DBC-structuur. 

Gebruik bij palliatieve patiënten thuis: bij eenmalige of kortdurende obstipatie in de thuissituatie moet de huisarts zelf de benodigdheden meenemen uit zijn eigen voorraad. 

Chronisch gebruik: bij langdurige obstipatie waarbij anaal spoelen nodig is, valt dit onder de Regeling Zorgverzekering Hulpmiddelenzorg. Een huisarts of medisch specialist schrijft een recept voor de benodigde hulpmiddelen voor in de thuissituatie.

Per december 2025 is de status van vergoeding van oxycodon-cassettes gewijzigd van N (geen vergoeding, machtiging aanvragen kan) naar F (vergoeden) onder de voorwaarde dat het alleen wordt vergoed in palliatieve situaties indien niet uitgekomen kan worden met geregistreerde opiaat-producten zoals Sendolor (zie: ZN Formulieren - Zorgverzekeraars Nederland).

Leden van ZN hebben daartoe besloten in overleg met het Praktijkteam palliatieve zorg. Op aangeven van het praktijkteam bleek dat er problemen werden ervaren met het ontbreken van vergoeding van oxycodon-cassettes bestemd voor toediening via een pijnpomp: alleen standaardoplossingen werden vergoed, terwijl sommige situaties in de palliatieve fase een afwijkende concentratie vereisen.

Begin 2025 is op eenzelfde wijze ook de vergoeding van hydromorfon-cassettes aangepast F met voorwaarde: wordt alleen vergoed in palliatieve situaties indien niet uitgekomen kan worden met geregistreerde opiaat-producten zoals Sendolor.

Vanaf 1 januari 2022 wordt levomepromazine (Nozinan) vergoed in de thuissituatie voor palliatieve sedatie en bij misselijkheid en braken in de palliatieve fase, mits eerstekeus-middelen onvoldoende effect hebben.

Voorheen kregen nabestaanden de rekening voor dit medicijn, wat leidde tot pijnlijke situaties. Het Praktijkteam Palliatieve Zorg, waarin onder andere zorgverleners, Netwerken Palliatieve Zorg, Zorgverzekeraars Nederland, het Ministerie van VWS en PZNL samenwerken, ontving hierover veel meldingen van huisartsen, apothekers en nabestaanden. Dit team zette zich samen met Zorginstituut Nederland, de betrokken beroepsgroepen en de fabrikant in om vergoeding mogelijk te maken. Het Zorginstituut concludeerde dat opname in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) gerechtvaardigd was, aangezien het middel niet onderling vervangbaar is met andere geneesmiddelen.

De staatssecretaris van VWS stemde in met dit advies, waardoor nabestaanden vanaf 2022 niet langer facturen ontvangen voor dit essentiële medicijn. Dit besluit biedt een oplossing voor een belangrijk knelpunt in de palliatieve zorg.

Zie ook dit nieuwsbericht.

Sinds november 2019 is de terminaliteitsverklaring in de meeste situaties niet meer nodig. Dit besluit, genomen door verschillende zorgpartijen en het ministerie van VWS, vermindert administratieve lasten en voorkomt patiëntonvriendelijke situaties.

De terminaliteitsverklaring werd gebruikt om aan te tonen dat een patiënt een levensverwachting van maximaal drie maanden had, waardoor extra zorg kon worden verantwoord. Dit leidde tot frustratie bij zorgverleners en patiënten, omdat levensverwachting moeilijk exact te bepalen is en de verklaring onnodige bureaucratie veroorzaakte.

Door een akkoord tussen AHZN, KNMG, VPTZ, V&VN, ZIN, ZN en VWS is de verklaring niet langer verplicht voor alle zorgleveringsvormen. Alternatieve methoden kunnen nu worden gebruikt om extra zorginzet te rechtvaardigen.

Meer informatie is te vinden op de website Ontregel de Zorg en in de Factsheet Afschaffing Terminaliteitsverklaring PZNL. Het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport (VWS) ontwikkelde een verhelderend filmpje: Filmpje-Gedeeltelijke-afschaffing-terminaliteitsverklaring

In stap drie van het medicatieschema uit de richtlijn palliatieve sedatie, is ruimte voor het gebruik van fenobarbital. Voor toediening van fenobarbital via een infuus bestond eerder geen vergoeding. Na melding door het Praktijkteam, hebben zorgverzekeraars besloten deze vergoedingsstatus aan te passen. Het infuus heeft nu de status F, VW (vergoed met voorwaarden) gekregen. De voorwaarde is dan: in het kader van palliatieve sedatie.


Tips

Het bestellen van kleine aantallen zorgmaterialen, zoals één maaghevel voor een patiënt met een dreigende ileus, blijkt vaak problematisch. Apotheken bestellen deze materialen doorgaans alleen in bulk, wat leidt tot hoge kosten en beperkte beschikbaarheid.

Oplossing:
Als een hulpmiddel niet via de apotheek verkrijgbaar is, kan een medisch speciaalzaak benaderd worden. Deze hebben een landelijke dekking en kunnen vaak snel leveren, ook met spoed.

Bij hulpmiddelen die vanuit het basispakket worden vergoed, ligt de verantwoordelijkheid bij de zorgverzekeraar om partijen aan te wijzen die deze materialen kunnen leveren.

Stappenplan voor bestellen:

  1. Controleer bij welke zorgverzekeraar de patiënt is verzekerd.
  2. Neem contact op met de gecontracteerde hulpmiddelenleverancier(s).
  3. Lukt dit niet? Schakel de afdeling zorgbemiddeling van de zorgverzekeraar in.
  4. Kom je er niet uit? Neem dan contact op met het Praktijkteam palliatieve zorg via 030 - 789 78 78 of meldpunt@juisteloket.nl.

 

Knelpuntenanalyse

Het Praktijkteam pz heeft in 2025 een knelpuntenanalyse uitgevoerd waarin de meldingen op de volgende vier hoofdthema’s zijn ingedeeld: 

  1. Wijkverpleging: indiceren en contracteren       
  2. Hospicezorg: financiering
  3. Hulpmiddelen: bestelproces en de levertijd       
  4. Medicatie: vergoeding van richtlijnmedicatie          

Per hoofdthema draagt het Praktijkteam een probleemomschrijving met oplossingsrichtingen aan.

Bekijk de knelpuntenanalyse

Deze analyse is in maart 2025 meegenomen in de voortgangsrapportage aan de stuurgroep van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg (NPPZ II)

 

 


Samenstelling Praktijkteam 

Het Praktijkteam bestaat uit de projectleden en een vertegenwoordiging van zorgverleners en stakeholders in de palliatieve zorg.

Projectleden:

Vertegenwoordiging van zorgverleners en stakeholders:

  • Annemieke Horikx, Apotheker bij Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP)
  • Danielle van Hemert, Beleidsadviseur bij Zorgverzekeraars Nederland (ZN)
  • Huub Schreuder, Oncologie- en palliatieve zorg verpleegkundige, coördinator en verpleegkundig consulent Regionaal palliatief team NPZ-WSD
  • Karin Reinders, Projectmedewerker bij het Juiste Loket
  • Marieke van den Beuken, Hoogleraar palliatieve geneeskunde bij Maastricht UMC+, namens Expertisecentra Palliatieve Zorg, Internist-pijnspecialist
  • Mary de Weerd, Adviseur patiëntbelang palliatieve zorg bij Patiëntenfederatie Nederland
  • Paul Lebbink, Apotheker bij Transvaal Apotheek
  • Ronald van Nordennen, Specialist ouderengeneeskunde bij Stichting Groenhuysen, palliatief consulent, SCEN-arts


Heb je nog vragen over het Praktijkteam? Neem dan contact op via het contactblok rechtsboven op deze pagina. 

Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 19 december 2025
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, nieuws of tool waar anderen baat bij kunnen hebben. Suggesties of klachten over informatie zijn ook zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.